Hades en Persephone

I (Hades)

een dartel veulen was ze tussen
anemonen hyacinten narcissen
in de verte loopt een spierwitte koe tussen
ranonkels seringen tulpen violieren

chrysanten

toen brak ik de grond open
verscheen ik in een helderzwart licht

zo ging ze naar de geesten die in
de onderwereld gevangen zaten
en at ze een oneven aantal
granaatappelpitten om te blijven

verhit werd ze gezocht tot een correctie
niet abrupt niet streng maar onmiskenbaar
werd de rust uit
de sluimerende zelfgenoegzaamheid gehaald
ze zou lang in
het verborgene blijven

II (Persephone)

ik wilde duizend bloemen
laten bloeien
druiven voor de wijn
graan voor het brood
laten rijpen

nu in dit lange heden
waar herinneringen doven
is er niets meer te verwachten
alles glijdt steeds verder terug

maar ik hoor de lokroep
de wind fluistert mijn naam
bevestigt mijn bestaan

ik luister uit de diepten

mijn moeder is mij niet vergeten
ze weet nog hoe ik heet

(Eerder gepubliceerd op https://www.gedichten.nl/nedermap/netgedichten/netgedicht/290714.html)